Spelreglement
PicHall

MVC DE BNPPF VLIERBOYS


Spelreglement


INLEIDING

MVC De BNPPF Vlierboys is niet aangesloten bij een federatie en speelt ook niet in competitieverband.

Bij MVC De BNPPF Vlierboys wordt er gespeeld zonder scheidsrechter. Fair-play en respect zijn de basisprincipes. De speler die een overtreding begaat of de speler die zich benadeeld voelt kan dit zelf aangeven door ôFOUTö te roepen. Het spel wordt onderbroken en de spelers regelen onderling de eventuele meningsverschillen. Zo werkt het al meer dan 30 jaar.

Het spelreglement van de club is gebaseerd op de versie van de Vlaamse Minivoetbal Federatie (VMF).
HET VMF reglement werd aangepast aan de specifieke situatie van de club (geen kompetitie, geen scheidsrechter, geen thuisploeg/bezoeker,...).

Hierna volgt het spelreglement van de club.

1. Het spel
2. De aftrap
3. Doelpunt
4. De Intrap
5. De doeltrap
6. De corner en de cornerbal
7. Vervangingen
8. Sliding of glijdend de bal spelen
9. Hielpas
10. Vrijschoppen
11. Strafschop


1. HET SPEL

Minivoetbal is een voetbalspel waarbij twee ploegen strijden om de overwinning, dit betekent meer doelpunten scoren in het doel van de tegenstrever dan de andere.

Bij minivoetbal mag niemand de bal met de arm of de hand spelen.

Bij minivoetbal mag er in principe geen lichamelijk contact zijn met de tegenstrever en is ruw spel verboden. De tegenstrever achteraan aanvallen is bij minivoetbal niet toegestaan.

De bal is in het spel van zodra hij door een speler met de voet in beweging is gebracht, zich binnen het speelveld bevindt en geen andere inbreuken op de regels begaan zijn.

Terug naar boven


2. DE AFTRAP

De aftrap wordt genomen bij de aanvang van iedere spelperiode vanuit het middelpunt in om het even welke richting.
Er wordt afgetrapt als beide ploegen speelklaar zijn.

Om geldig af te trappen staan alle spelers van beide ploegen op eigen helft en de spelers van de ploeg die de aftrap niet neemt bevinden zich op minimum 4 m van het middelpunt.

De aftrap is een onrechtstreekse vrijschop.

Terug naar boven


3. DOELPUNT

Een doelpunt wordt slechts toegekend wanneer de bal volledig door het denkbeeldig doelvlak is gegaan, zonder dat hierbij fouten werden begaan tegen de reglementen.

Een doelpunt wordt toch gevalideerd indien een speler de bal met de hand of arm door het eigen doelvlak zendt.

Wanneer bij een spelfase het doel verplaatst wordt door de verdedigende ploeg en de bal heeft het denkbeeldig doelvlak volledig overschreden, wordt een doelpunt toegekend.

Na het aantekenen van een geldig doelpunt moeten alle effectieve spelers zich op de eigen speelhelft opstellen tot de bal terug reglementair in het spel is gebracht.

Terug naar boven


4. DE INTRAP

Een intrap wordt toegekend wanneer de bal volledig de zijlijn heeft overschreden.
Een intrap wordt toegewezen aan de ploeg die niet het laatst de bal heeft gespeeld vˇˇr deze de zijlijn overschreed.

Bij dubbeltrap(2) wordt de bal toegekend aan de ploeg die speelt naar het doel dat zich het dichtst bij de plaats bevindt waar de bal het speelveld heeft verlaten.

Opdat een speler een intrap reglementair zou kunnen nemen, moet de bal volledig stil liggen achter de zijlijn, ter hoogte van de plaats waar hij het speelveld heeft verlaten.

Bij intrap kan niet rechtstreeks gescoord worden.

Terug naar boven


5. DE DOELTRAP

Een doeltrap wordt toegekend als de bal de doellijn volledig heeft overschreden.

Een doeltrap wordt gegeven van achter de doellijn, maar buiten het doelvlak, ongeacht de plaats waar de bal de doellijn heeft overschreden.

De speler die een doeltrap neemt mag met de bal aan de voet in het speelveld komen.
Is er geen doelpunt gevalideerd, dan moet de tegenstrever buiten het strafschopgebied blijven tot de bal in het speelveld is gebracht.

Na een geldig doelpunt moeten alle spelers zich op eigen speelhelft bevinden tot de bal in het speelveld is gebracht.

De bal moet volledig stil liggen vooraleer de doeltrap kan genomen worden.

Bij doeltrap kan niet rechtstreeks gescoord worden.

Terug naar boven


6. DE CORNER EN DE CORNERBAL

Een corner wordt toegekend in het voordeel van een aanvaller, wanneer de bal volledig de doellijn heeft overschreden en het laatst werd aangeraakt door een verdediger.

Bij dubbeltrap(2) wordt een corner toegekend.

Na de vierde corner in zijn voordeel wordt aan een ploeg een cornerbal toegekend.

Corner

De cornerbal wordt uitgevoerd door twee spelers van die ploeg.

Alle andere spelers moeten zich tijdens de cornerbalfase verwijderen van de terreinhelft waarop de cornerbalfaseuitgevoerd wordt en minimum 4m afstand houden van de twee spelers die de cornerbal gaan uitvoeren.
Ze mogen zich ook niet opstellen achter de doellijn.

De uitvoering van een cornerbal gebeurt als volgt:

a) de bal wordt naar keuze, links of rechts van het doel op het cornerbalpunt gelegd.
b) de eerste speler (1) neemt plaats achter de bal.
c) de tweede speler (2) neemt plaats buiten het strafschop gebied en achter de strafschoplijn.
d) de eerste speler zendt de bal in ÚÚn beweging met de voet naar de tweede speler, die de toegezonden bal
     rechtstreeks naar het onverdedigde doel kopt.

De bal mag de grond niet raken vooraleer de tweede speler heeft gekopt.

De bal mag wel de grond raken nadat de tweede speler hem naar doel heeft gekopt.

Van zodra de bal in het spel is mag de speler die kopt het strafschopgebied tijdens de cornerbalfase niet betreden.

Wanneer tijdens de cornerbalfase een speler bij de fase betrokken gehinderd wordt, de richting van de bal be´nvloed wordt of het doel verschoven wordt door een tegenstrever:

    - geldig doelpunt indien de bal het denkbeeldig doelvlak volledig heeft overschreden.
    - hernemen van de cornerbal indien geen geldig doelpunt kan toegekend worden.

Wanneer tijdens de cornerbalfase de richting van de bal be´nvloed wordt of het doel verschoven wordt door een medespeler van de koppende speler, wordt de fase afgefloten en wordt geen doelpunt toegekend.

Na een cornerbal wordt het spel hervat met een doeltrap.

Een cornerbal moet ook uitgevoerd worden na het verstrijken van de reglementaire periodeduur.

Terug naar boven


7. VERVANGINGEN

Een effectieve speler mag vervangen worden door een wisselspeler, waardoor eerstgenoemde wisselspeler en laatstgenoemde effectieve speler wordt.

Vervangingen kunnen doorlopend en dienen niet aangevraagd te worden.

Vervangingen gebeuren in normale omstandigheden ter hoogte van de wisselzone buiten het terrein. De inkomende speler mag dus pas het speelveld betreden als de andere speler reeds van het speelveld is.

Onreglementaire vervangingen worden bestraft met een onrechtstreekse vrijschop van op de middellijn aan de kant waar de vervangingen gebeuren.

Terug naar boven


8. SLIDING OF GLIJDEND DE BAL SPELEN

Sliding of glijdend de bal spelen:

a) is toegelaten wanneer dit gebeurt zonder tegenstander in de buurt (binnen spelbereik).
b) wordt bestraft met een onrechtstreekse vrijschop indien de tegenstander in de buurt licht be´nvloed wordt.
c) wordt bestraft met een rechtstreekse vrijschop indien de tegenstander in de buurt zwaar gehinderd of geraakt wordt.

Terug naar boven


9. HIELPAS

Een hielpas kan slechts bestraft worden indien ze beschouwd kan worden als gevaarlijk of brutaal spel.

Terug naar boven


10. VRIJSCHOPPEN

Bij elke vrijschop moet de tegenstrever minimum 4m afstand houden van de bal tot zolang die niet in het spel is gebracht.

De bal wordt met de voet in beweging gebracht en mag door de vrijschopnemer geen tweede keer aangeraakt worden vooraleer een andere speler hem heeft aangeraakt of vooraleer het spel werd stilgelegd.
De 3-secondenregel(1) wordt hierbij niet toegepast.

Bij vrijschop moet de bal steeds stilgelegd worden op de plaats waar de fout is begaan, uitgezonderd bij een fout begaan in het eigen strafschopgebied. In dit geval wordt bij een rechtstreekse vrijschop als gevolg van die fout een strafschop toegekend en bij een onrechtstreekse vrijschop als gevolg van die fout wordt de bal zo dicht mogelijk gelegd bij de plaats waar de fout zich voordoet maar buiten het strafschopgebied.


10.1. ONRECHTSREEKSE VRIJSCHOP

Onrechtstreekse vrijschop wordt toegekend bij :

- gevaarlijk spel zonder raken van tegenstrever (voet te hoog / te laag koppen met tegenstrever in de buurt ).
- sliding met een tegenstander in de buurt die licht be´nvloed wordt.
- liggend of zittend de bal spelen met een tegenstrever in de buurt maar zonder die te raken
- onsportief gedrag.
- kritiek of onbetamelijk gedrag tegenover medespeler of toeschouwer
- onreglementaire vervanging
- op een onwelvoeglijke manier roepend be´nvloeden van de tegenstrever om die te misleiden.
- het doel vasthouden of verschuiven met de duidelijke intentie van bijkomende steun te vinden wanneer men betrokken
   is bij een spelfase.
- moedwillig hinderen van de tegenstrever zonder lichamelijk contact.
- een tegenstrever achteraan aanvallen zonder lichamelijk contact.
- bal raakt de zoldering of ander vreemd voorwerp boven het speelveld.

Raakt de bal zoldering of een ander vreemd voorwerp boven het speelveld, dan wordt de speler bestraft die het laatst de bal heeft aangeraakt. De bal wordt gelegd onder de plaats waar de zoldering of het voorwerp werden geraakt, maar niet binnen het strafschopgebied van de bestrafte ploeg.

Bij dubbeltrap(2) wordt de vrijschop toegekend aan de ploeg die speelt naar het doel dat zich het dichtst bij de plaats bevindt waar de bal gelegd wordt.

Na een onrechtstreekse vrijschop moet de bal nog door een andere speler aangeraakt zijn, vooraleer een geldig doelpunt kan gemaakt worden. Verdwijnt de bal rechtstreeks in eigen doel, dan wordt een corner toegekend aan de tegenstrever.


10.2. RECHTSREEKSE VRIJSCHOP

Bij een rechtstreekse vrijschop kan rechtstreeks een geldig doelpunt gescoord worden, ook in eigen doel.

Een rechtstreekse vrijschop wordt toegekend:

- handspel of de bal met arm of hand raken indien dit niet als bedoeling heeft gezicht of onderbuik te beschermen.
- sliding met tegenstrever in de buurt die zwaar gehinderd of geraakt wordt.
- moedwillig het doel verplaatsen om een doelpunt te voorkomen
- aanvallende fout.
- een tegenstrever slaan, trachten te slaan, duwen, trekken.
- een tegenstrever schoppen, trachten te schoppen, voetje lichten.
- op een tegenstrever springen.
- een tegenstrever ruw of gevaarlijk aanvallen, achteraan aanvallen met lichamelijk contact.
- met voet, knie, arm, hoofd of heup vooruit aanvallen, een tegenstrever klemmen tussen twee spelers.
- spuwen, obscene gebaren.

Terug naar boven


11. STRAFSCHOP

Een strafschop wordt toegekend tegen een speler die binnen het eigen strafschopgebied bestraft wordt met een rechtstreekse vrijschop.

Penalty

Een strafschop wordt genomen naar een onverdedigd doel, vanop het strafschoppunt, 15m van de doellijn.

Alle spelers, behalve de strafschopnemer, moeten zich tijdens de strafschopfase verwijderen van de terreinhelft waarop de fase uitgevoerd wordt en minimum 4m afstand houden van de strafschopnemer. Ze mogen zich ook niet opstellen achter de doellijn.

De strafschopfase eindigt als de bal de doellijn volledig heeft overschreden.





Wanneer tijdens de strafschopfase de richting van de bal be´nvloed wordt, de strafschopnemer gehinderd wordt of het doel verschoven wordt door een tegenstrever:

- geldig doelpunt indien de bal het denkbeeldig doelvlak volledig heeft overschreden.
- hernemen van de strafschop indien geen geldig doelpunt kan toegekend worden.

Wanneer de richting van de bal be´nvloed wordt of het doel verschoven wordt door een medespeler of door de strafschopnemer zelf, wordt de strafschopfase beŰindigd en wordt geen doelpunt toegekend.

Na een strafschop wordt het spel hervat met een doeltrap.

Een strafschop moet ook na het verstrijken van de reglementaire periodeduur nog uitgevoerd worden.

Terug naar boven


(1) 3 seconden regel : Als alle voorwaarden vervuld zijn om geldig te kunnen intrappen dan moet binnen de 3 seconden de intrap worden uitgevoerd, zo niet wordt de intrap toegewezen aan de tegenstrever.

(2) dubbeltrap of blockage: twee tegenstrevers trappen de bal gelijktijdig aan.